Zwijgen is zilver, spreken is goud

Een vlieg op de muur

“Mevrouw Maas Kuper?” de huisarts roept mij binnen in zijn spreekkamer. Hij kijkt zoekend de wachtkamer in, want we kennen elkaar amper. Ik kom hier wel eens met een kind, maar zelf ben ik nog nooit geweest. Maar nu is het tijd om over mijn ‘kwaaltjes’ te praten. Nou ja, beter gezegd: over mijn geestelijke gezondheid. Het gaat best goed met me, maar nog niet goed genoeg.

Een gesprek met mijn moeder en broer was totaal in de soep gelopen. Van mijn vooraf bedachte constructieve insteek om samen tot afspraken te komen, was werkelijk niets terecht gekomen. Al snel in het gesprek was ik totaal verbijsterd toen er een werkelijkheid werd geschetst die ik niet herkende en waarin ik ook mezelf helemaal niet herkende. Ik had als een kind staan huilen en schreeuwen vanuit de onmacht om… Ja, waarom eigenlijk? En daarvoor zat ik dus hier. Ik moest echt weer eens even met een psycholoog de boel op een rijtje zetten. Ik liep de spreekkamer binnen om de huisarts te vragen het benodigde verwijsbriefje af te geven.

“U komt niet zo vaak, dus waarmee kan ik u helpen?” De uitnodigende blik van de huisarts was voor mij niet genoeg om alles uit de doeken te doen. Te vaak heb ik geprobeerd mijn verhaal voor het voetlicht te brengen. Meestal eindigt dat in een mislukte poging tot begrip, omdat de situatie te complex is, de pijn de meeste mensen – ook professionals – boven de pet gaat. Dus na teleurstellende pogingen ben ik allang gestopt met het delen van mijn verhaal. Ik houd het bij een uit de hand gelopen ruzie en de vraag om een verwijsbriefje. “Mag ik je eerst drie vragen stellen?” “Tuurlijk,” zeg ik bijna robotachtig. Ik krijg altijd vragen en dat is helemaal prima.

  • “Wie is de probleemouder?”
  • “Wie is de volgouder?”
  • “En op wie ben je het meeste boos?”

Op de automatische piloot beantwoord ik deze simpele vragen in enkele woorden. Kennelijk voldoende voor mijn huisarts, want hij neemt het woord: “Goed, dan ga ik je nu vertellen hoe jouw jeugd eruit heeft gezien.” En hij begint te vertellen. Over hoe mijn ouders met elkaar omgingen en met mijn broer en mij. Hoe subtiel en uit het zicht van anderen wij gemanipuleerd, geïndoctrineerd en gevormd werden tot wezens die heel ver stonden van wie we werkelijk waren. Over de angst voor het steeds terugkomende psychische geweld. En de machteloosheid om dit onzichtbare leed kenbaar te maken aan iemand die voor mij kon opkomen: de juf, ouders van vriendjes of mijn oom en tante. De onbeantwoorde schreeuw om hulp. Over de pijn waar ik mee moest leven en die mij heeft gevormd in negatieve en positieve zin.

Hij praat een kwartier. Ik kijk hem zwijgend aan, met open mond van verbazing. Hij brengt me terug naar de keukentafel uit mijn jeugd. Hij moet wel een vlieg op de muur zijn geweest. Deze man die ik niet ken, die mij niet kent, maar die de eerste is die mijn verhaal begrijpt. Sterker nog, die mij uitlegt wat ik heb ervaren. Hij stopt met praten.

Na een lange stilte moet ik het vragen: “Hoe weet jij dit?” Ik probeer mijn hele leven al mijn verhaal te vertellen, maar niemand kan begrijpen hoe het voor ons was. En nu legt hij, zonder mij of mijn verleden te kennen, haarfijn uit in welk web wij verstrikt zaten. Hoe kan dat? Waarom begrijpt hij mijn verhaal, zonder dat ik het hem heb verteld?

Hij blijkt, naast huisarts, ook specialist in deze gezinsproblematiek. Niet dat ik dit kon weten. Ik had hem simpelweg gekozen, omdat zijn praktijk op loopafstand was van ons huis.

Geen kralenkettingdauwdruppels aan spinnenrag

Over ons gezin van vroeger en over mijn jeugd kan ik vele verhalen vertellen. Hoe we gillend worden wakkergemaakt op kerstochtend, omdat we te laat zijn om naar de kerk te gaan. Om daar te zingen over vrede op aarde en te luisteren naar een preek over barmhartigheid. Terwijl ons hele huis nu gevuld is met stress en angst. Snel aankleden en ontbijten blijkt niet genoeg om het probleem weg te poetsen, want de vrieskou buiten heeft het autoslot bevroren. Om nog een woede explosie te voorkomen en vooral om het huis te ontvluchten, sta ik in mijn zondagse goed buiten naast de auto met een föhn in mijn hand aan een meterslang verlengsnoer. In de hoop dat de geblazen lucht het slot ontdooit en de sfeer verwarmt.

Ik zou meer kunnen vertellen. Schrijnende verhalen, machteloze momenten en pijnlijke fragmenten. Maar het echte verhaal is geen kralenketting van mijn ervaringen. Het vertelt zich niet door de fragmenten één voor één te delen. Mijn pijn komt voort uit een diep ingesleten patroon, het opgroeien in een instabiele werkelijkheid met meerdere waarheden, het vastzitten in een web van leugens en het continue op eieren lopen uit angst. Angst dat iemand kapot maakt wat jou lief is. Afbreekt wat je met zorg hebt opgebouwd. Een vriendschap, een liefde of een vertrouwensband met iemand buiten het gezin. En mijn verhaal is ook, dat ik dit – de psychische mishandeling – heel lang normaal vond. Want het gebeurde niet alleen in mijn huis, het was ook mijn thuis. Ik wist niet beter dan dat de wereld onveilig was en vol met pijn.

De vuile wasoverhemden wappperend aan de waslijn

In mijn ontwikkeling als pijnexpert hebben velen mij gevraagd mijn verhaal te vertellen. Mijn persoonlijke ervaringen in te zetten om anderen te helpen. Maar dat kon ik niet. Ik vond dat ik mezelf tekort deed als ik alleen enkele losse fragmenten deelde. Dat deed geen recht aan het diepe litteken dat eronder zat. En juist dat diepe litteken was te heftig om elke keer weer open te rijten. Heftig voor de toehoorder, doordat je de pijn wel voelt maar niks kan doen of doordat hij TE groot is om te voelen, te veel om te omvatten. Heftig voor mezelf, juist door die terugkerende confrontatie met onbegrip en onmacht bij de luisteraar.

En ook opnieuw pijnlijk voor mijn familieleden die weer andere littekens hebben. Uiteindelijk heeft niemand ongeschonden het ouderlijk huis verlaten, noch mijn moeder, noch mijn vader, noch mijn broer, noch ik. Waar de één zijn wonden nog likt en de ander een optimistisch leven leidt, ben ik de pijn gaan omarmen als professional. Vanuit het verlangen om na alle afbreuk te gaan bouwen, door mijn kennis en ervaring waardevol te laten zijn voor anderen. Dit kon ook prima zonder alle ‘vuile was’ buiten te hangen en wonden bij dierbaren open te rijten.

Bovendien vond ik het vertellen van mijn verhaal vaak niet gepast. Wanneer ik word ingehuurd om de vinger op de zere plek te leggen, gaat het niet om mijn pijn, maar om mijn bekwaamheid om met pijn om te gaan. Bekwaamheid die ook voortkomt uit mijn jeugd en mijn verhaal, maar dat is in mijn ogen niet relevant in het moment. Een arts die jou behandelt, vertelt ook niet de hele weg die hij heeft doorlopen om de specialist te worden die hij nu voor je kan zijn.

En toch doe ik het nu. Vertel ik een stukje van mijn verhaal. Omdat pijn er als thema om vraagt. Iedereen heeft een natuurlijke aversie tegen pijn. Logisch, want pijn is onder andere een teken voor gevaar. Dus ik vergroot mijn overlevingskans als ik het vermijd. Dit overlevingsmechanisme zit zo diep dat mijn ‘passie voor pijn’ leidt tot de vraag: “waarom pijn?”

En daar heb ik een zakelijk antwoord op: omdat ik heb ontdekt dat het belangrijk is om pijn te benutten. Dat er juist problemen ontstaan, omdat we pijn negeren door weg te kijken. Dat we – voor een toekomstbestendige wereld – moeten stoppen met pleisters plakken en eenzijdige positieve insteek.

Ik word blij van de positieve impact die ik kan realiseren door pijn in de spotlight te zetten en door de bekwaamheid in pijnmanagement binnen teams en organisaties te vergroten. Waardoor het niet nodig is om mijn ervaringen te hebben om beter en effectiever om te gaan met pijn. Maar waardoor je wel de pijn durft aan te gaan wanneer dat nuttig en nodig is, omdat hij een groter doel dient. Dat is de verfrissende smaak van zure appels!

Mijn grotere doel is dat pijn dezelfde status krijgt als geluk. Dat we het in onze cultuur normaal vinden om te praten over pijn. Dat het helemaal niet nodig is dat we elkaar volledig begrijpen of met alles kunnen meeleven. Maar dat dat geen reden is om de pijn niet aan te gaan of om het verhaal van de ander af te kappen met ‘je moet het een plekje geven!’ Waar dan? Pijn kan zo groot zijn dat het nergens past. Zoals ik mijn persoonlijke verhaal niet gepast krijg in een boek of in een verhaal. Het is te groot en altijd aanwezig of duikt in ieder geval regelmatig op, wanneer een gebeurtenis in het heden schampt langs het litteken.

Voor het grotere doel, voor mijn grotere doel, is zwijgen zilver en juist het spreken goud. Daarom spreek ik: hier op papier en op het podium. Vertel ik op mijn manier het verhaal achter mijn passie voor pijn. Zodat jij mij kan begrijpen en ik me begrepen voel. Zodat jij niet als een vlieg op de muur terug hoeft naar mijn jeugd. En ik daardoor ook in het hier en nu kan blijven.

Ervaringsdeskundige en professionalspiegelbeeld van kind in heelal

Wanneer jij mij nu vraagt: “Neem je dit verhaal mee in je werk?” Dan is mijn antwoord: “Ja en nee.” Ik ben altijd en overal de ervaringsdeskundige. Het is mijn geschiedenis en het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Je kunt mijn ervaring niet loskoppelen, het is onderdeel van mij. Net zoals jij jouw verhaal meeneemt naar je werk. Het zit verweven in ons zijn en doen.

Elk verhaal leidt tot projecties. We projecteren onze ervaringen, onze ingesleten patronen op de omgeving. Wanneer je hier niet bewust van bent, dan ben je als professional ineens je eigen familiesysteem aan het projecteren in de organisatie. Dan maak je geen onderscheid tussen wat van jou is en wat van de ander. Dit verhaal – mijn ervaring – is echt van mij en blijft bij mij, zonder te projecteren. Door taal te geven aan pijn en door de kracht van analytisch en waardevrij observeren, kan ik projecties loskoppelen. Zodat ik als professional mijn projecties buiten het proces laat en jou en andere stakeholders handvatten geef om dit ook te doen.

De taal die ik gebruik voor pijn, die emoties losmaakt van de situatie, is ook het middel om resonantie te duiden en regie te houden. Wanneer pijn voelbaar wordt, bijvoorbeeld door het lezen van dit verhaal, raakt het je. Het resoneert in jou. Waardoor je jouw pijn, gevoelens en drijfveren ontmoet. Die zo sterkt geraakt kunnen worden, dat ze de regie overnemen. Ook bij mij resoneert pijn tot het comfortabele toe. Door deze vertrouwdheid met pijn, laat ik deze niet de regie nemen over de situatie, maar ben ik in staat om effectief te blijven in mijn rol en opdracht. Het gaat niet over mijn pijn, maar om het verzilveren van mijn ervaring. Ingezet voor jouw proces, voor jullie ambitie, zodat de pijn verandert in goud.

Welke les wil jij leren of delen?

Wil jij ook je verhaal delen in een keukentafelgesprek? Of wil je advies bij het managen van de pijn op jouw werk?

Neem contact op